Browsing Category

blog

blog

Ikigai!

Een bekentenis: ik ben niet zo goed in het stellen van doelen in mijn leven. Je moet dan namelijk eerst weten wat je wil (daar begint het al), en dan moet je het ook nog in een doel omzetten (SMART zeker?), een plan maken om dat doel te bereiken (dat kan ik!) en je dan aan het plan houden (ok laat maar). Eerlijk gezegd, ga ik nogal doelloos door het leven. Maar je hoeft geen medelijden met me te hebben hoor. Het gaat verder goed met mij. Althans, dat ging het, totdat ik hoorde over de Zeeuwse Elementen. Dat zijn een soort handvatten voor een lang en vitaal leven, ontwikkeld binnen de Vitale Revolutie.

Stress

De vijf Zeeuwse Elementen zijn: blijf in beweging (lukt best aardig), eet gezond (ok misschien wat meer fruit), zorg op tijd voor ontspanning (yoga!), besteed veel aandacht aan je geliefden (check!) en…vind je doel in het leven. Eh… wat? Een doel in mijn leven? Waar vind ik dat? Hoe moet ik dat bereiken? En als ik dat niet kan bereiken? WAT DAN? Kortom, dit vijfde element veroorzaakte enige stress bij mij. En laten we eerlijk zijn: is al dat doelen stellen niet juist de oorzaak van veel ellende, van het verschijnsel dat de westerse mens vaak zo moe is? Gestrest, uitgeblust. Al dat streven, bereiken, presteren, targets halen… is dat niet juist waar we op afbranden met z’n allen? En nu ga je mij vertellen dat ik voor mijn welzijn een DOEL moet hebben in mijn leven? En behalen neem ik aan? Maar ik moet ook ontspannen, zeg je? Iets klopt er niet.

Power 9

Maar het bleek toch iets anders te liggen dan ik dacht. Daarvoor moeten we naar de oorsprong van dit vijfde ‘element’. De Vitale Revolutie is geïnspireerd op de Blue Zones. Dit zijn gebieden in de wereld waar mensen lang vitaal blijven en heel oud worden. De leefwijzen van deze mensen hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken, ook wel de Power 9 genoemd. De Zeeuwse Elementen zijn afgeleid van deze Power 9.

Ikigai

Eén van de Power 9 kenmerken is ‘having a purpose’, wat vaak vertaald wordt met ‘een doel hebben in je leven’. Inwoners van Okinawa (één van de Blue Zones) bijvoorbeeld, noemen dit ikigai, waarmee zoveel bedoeld wordt als: ‘de reden waarom je elke dag opstaat’, dat wat je leven zin geeft. Wat dat precies is heeft weer te maken met je waarden, je passies en je talenten. Het kan iets groots zijn of iets kleins. Dat maakt niet uit. Vaak heeft het te maken met het gevoel iets te kunnen bijdragen aan een betere wereld. En die wereld kan ook je directe omgeving zijn. Misschien is het wel in je werk de wereldvrede een stukje dichterbij brengen. Maar misschien is het ook wel je kinderen grootbrengen tot gelukkige volwassenen. Of met je kunst mensen ontroeren. Weten wat je ikigai is (en daarnaar leven) zorgt voor een kleinere kans op hart- en vaatziekten en daarmee voor een langer leven. (En ongetwijfeld een gelukkiger leven.)

Betekenis

Met dit verhaal erachter begon ik het te snappen. In het Engels wordt ikigai vaak vertaald als ‘purpose’. Maar in het Nederlands is hier eigenlijk geen woord voor dat de lading helemaal dekt. ‘Purpose’ wordt dan vaak vertaald als ‘doel’. Maar dat woord heeft voor sommige mensen (in ieder geval voor mij) toch een andere lading. Bij doelen denken mensen vaak aan dingen als: over twee jaar de marathon lopen, stoppen met roken of je rijbewijs halen. Maar daar gaat het hier niet over. In de context van een vitaal leven heeft ‘purpose’ meer de betekenis van ‘bedoeling’, ‘zin’, ‘betekenis’. ‘Doel’ klinkt als iets dat je moet bereiken, waar je naar toe moet werken, iets dat inspanning kost. ‘Purpose’ of ‘ikigai’ is iets dat er al is, je hoeft het alleen maar te herkennen en dan aandacht te geven in je (dagelijkse) leven.  Maar laten we er geen taalkwestie van maken. Het is prima om het doel te noemen, zolang we weten wat we daarmee bedoelen.

En nu ik dit weet, wil ik mijn ikigai vinden. Dat is mijn doel voor de komende tijd. O wacht…


Blog geschreven voor GGD Zeeland

blog

‘Celine Dion voor mevrouw’

‘Aantal mensen met dementie in 2050 verdubbeld’
‘Alzheimerepidemie vergt nieuw deltaplan’
‘Een groeiende groep jonge mensen krijgt dementie’

Hoho, niet meteen afhaken. Goed ik geef toe, geen vrolijke berichten, vind ik ook. In 2050 ben ik zelf 80 jaar. Ben ik dan nog gezond en vitaal of kwijn ik al dementerend weg in een verpleeghuis (als die dan nog bestaan)? Dat laatste is geen fijn vooruitzicht.

Maar toen zag ik laatst deze film: Alive Inside. En daar werd ik wel vrolijk van. De film gaat niet over een oplossing voor de Alzheimerepidemie (onafwendbaar) of een genezing van de ziekte (voorlopig niet in zicht). Maar over iets dat de kwaliteit van leven van mensen met dementie kan verbeteren. Ouderen die ingedut en in zichzelf gekeerd de dag doorbrengen leven hierdoor helemaal op, worden vrolijk en maken contact.

Ik heb het over: muziek. En dan niet – en dat is wel essentieel – willekeurige muziek, maar muziek die voor die persoon een speciale betekenis heeft. Die verbonden is met herinneringen en emoties. Meestal is dit muziek waar iemand tussen z’n 15e en 25e naar luisterde. De documentaire Alive Inside volgt maatschappelijk werker Dan Cohen die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om bewoners van verpleeghuizen in Amerika te voorzien van een Ipod met gepersonaliseerde muziek. Het is boeiend en ontroerend te zien wat er gebeurt als mensen die normaal gesproken ineengedoken in hun stoel zitten en waarmee moeilijk contact te maken is, een koptelefoon met hun favoriete muziek opkrijgen.

Misschien komt dit je bekend voor. Dat zou goed kunnen want een tijdje geleden ging er een filmpje viraal op internet met een stukje uit deze documentaire. Hierin krijgt Henry een 94-jarige in zichzelf gekeerde man met Alzheimer, een koptelefoon op met muziek van vroeger. Kijk maar wat er gebeurt (blog gaat onder de video verder):

Het is zeer de moeite waard om de hele film te bekijken. De film draaide vorig jaar op het IDFA en is nu te zien op Netflix.

Naast dat het een aanstekelijke en ontroerende documentaire is, bood de film mij een klein lichtpuntje. Een sprankje hoop. Áls ik dan al dementerend wegkwijn in een verpleeghuis straks, dan is er in ieder geval nog de muziek, die me – al is het maar voor even – nog wat levensgeluk brengt.

Oh, ik moet niet vergeten trouwens, om nu alvast een persoonlijke playlist samen te stellen. Voordat het te laat is en ze het mij niet meer kunnen vragen. Want ik moet er niet aan denken…:

Weten we van welke muziek mevrouw Weterings houdt?”

“Nee, niet bekend.”

“Ok, even kijken, ze is geboren in 1968, dus ze zal wel van muziek uit de jaren 80 en 90 houden.”

“Celine Dion?”

“Prima, Celine Dion voor mevrouw.”


Blog geschreven voor GGD Zeeland

blog

Het lot van de fruitschaal

Fruit en ik, wij zijn geen vrienden.

Al mijn hele leven eet ik veel te weinig fruit. En da’s best gek. Want ik weet heel goed dat fruit onderdeel is van een gezond voedingspatroon. Ja hallo, ik heb voeding gestudeerd en ik werk bij de GGD. Ik vraag mensen in enquêtes of ze twee stuks fruit per dag eten. Maar zelf blijf ik daar dus hopeloos bij achter.

Dat fascineert me wel. Blijkbaar zegt kennis niks over gedrag. Toch is veel gezondheidsvoorlichting nog steeds gericht op educatie en informatie. Het gaat ervan uit dat kennis leidt tot een andere houding (attitude) en dat leidt tot ander gedrag. Dat werkt soms wel, maar vaak ook niet.

Mensen zijn geen rationeel handelende wezens, al denken beleidsmakers dat wel vaak. We worden beïnvloed door onze emoties en onze omgeving. Vaak onbewust. Veel van ons gedrag is gewoontegedrag en moeilijk te veranderen. Commerciële bedrijven snappen dat maar al te goed. In tegenstelling tot gezondheidsvoorlichters zijn zij prima in staat om hun producten aan de man te brengen. Zij verdiepen zich in de consument. Wat is hun belevingswereld, wat zijn hun drijfveren? En passen daar hun product en marketingstrategie op aan. Ze verkopen geen product maar een gevoel. Coca cola verkoopt geen frisdrankje maar gezelligheid, vriendschap en avontuur.

Hier kunnen we als gezondheidsbevorderaars nog veel van leren. En dat doen we ook gelukkig. Een voorbeeld uit de praktijk:

Een school wilde het ontbijten stimuleren en richtte samen met de leerlingen een leuk ingericht ontbijtlokaal in, waar kinderen voor schooltijd konden ontbijten. Helaas maakte geen kind hier gebruik van. Na observerend onderzoek (rondlopen op het schoolplein) bleek dat veel leerlingen op het schoolplein muziek aan het luisteren of uitwisselen waren. Muziek had dus hun interesse. Uit de gesprekken met de leerlingen bleek daarnaast dat ze het ontbijtlokaal niet ingingen uit schaamte of omdat ze hun ouders niet wilden afvallen (op school ontbijten laat zien dat je ouders niet goed voor je zorgen). Deze informatie zette de school aan om van het lokaal een aantrekkelijke muziekruimte te maken. Uiteraard stonden daar ook schalen met belegde broodjes, die nu wel werden opgegeten. Kort gezegd: het product dat nu ‘verkocht’ werd was niet  een gezond ontbijt maar  plezier met je vrienden.

Dit is een voorbeeld van wat ook wel social marketing wordt genoemd: de toepassing van  marketingconcepten en –technieken om positieve maatschappelijke of sociale veranderingen te bewerkstelligen.  Een veelbelovende aanpak die ook binnen GGD’en in opkomst is. Niet met het opgeheven vingertje vertellen wat de doelgroep moet doen (eet twee stuks fruit per dag bijvoorbeeld), maar je in hen verdiepen en hier je aanpak op afstemmen. Hen verleiden tot het gewenste gedrag.

Kortom, wil je mij aan het fruit krijgen dan zul je dus met iets beters moeten komen dan de boodschap dat het zo gezond is. Want dat wist ik al. En wie weet is het lot van de fruitschaal in huize Weterings (treffend beschreven door Eddie Izzard in onderstaand fragment) dan een beter leven beschoren dan nu.


Blog geschreven voor GGD Zeeland